De 11 kerncompetenties van de coach

De 11 ICF kerncompetenties van de coach

De Inernational Coach Federation (ICF) is ‘s-wereld grootste beroepsvereniging voor beroepscoaches. Vanuit een grote hoeveelheid coachgesprekken is een analyse opgetuigd wat uiteindelijk heeft geleid tot elf kerncompetenties van de professionele coach. Deze elf kerncompetenties van de professionele coach zijn geformuleerd om duidelijk te maken welke vaardigheden en benaderingen zij van belang acht voor het uitoefenen van het beroep van coach. De kerncompetenties zijn gegroepeerd in vier clusters die een logisch geheel vormen. De clusters en de afzonderlijke competenties daarbinnen worden niet apart gewogen. Er is geen prioriteit in enige vorm. Elke competente coach dient over alle kerncompetenties te beschikken.

Cluster A. De basis leggen

Het ontwikkelen van een vertrouwensrelatie met de cliënt. Begrip hebben van coachingsethiek en visie op coaching en de bekwaamheid om deze correct toe te passen in alle coachingssituaties. Het verhelderen van randvoorwaarden. De vaardigheid om een steunende omgeving te creëren die respect en vertrouwen uitstraalt.

Competentie 1: De ethische richtlijnen respecteren en handelen naar professionele maatstaven

De Personal Coach houdt zich aan ethische regels en professionele standaards en heeft de bekwaamheid om deze correct toe te passen. Hij gaat vertrouwelijk om met de informatie die in de coachrelatie aan de orde komt. Hij kent de grenzen van zijn eigen bekwaamheid en stuurt, waar nodig, coachees door naar specialisten. (Meeting ethical guidelines and professional standards).

Competentie 2: De coachingsrelatie vormgeven

Heldere afspraken maken met de gecoachte en de coachingsrelatie vormgeven. Het vermogen om te begrijpen wat nodig is in een specifieke coachinginteractie en met de opdrachtgever en/of coachee afspraken maken over het coachingproces en de coachingrelatie.  Zich kunnen verdiepen in de behoeften van de coachee en daarop antwoorden met een gepast aanbod, dan wel het verzoek om hulp gemotiveerd afwijzen. Duidelijke afspraken maken over de aanpak en de duur van de Personal Coaching en de verantwoordelijkheden van zowel coach als coachee. (Establishing the coaching agreement)

 

Cluster B. Samen de relatie vormgeven

Het realiseren van een eigen werkstijl, gebaseerd op visie en vaardigheden. De bekwaamheid om zich bewust te zijn en een spontane relatie met de cliënt te creëren, een stijl aanwendend die open flexibel en zelfbewust is. Het gaat om authenticiteit, respect, flexibiliteit en zelfinzich

Competentie 3: Een vertrouwensband met de cliënt opbouwen

Het vermogen om een veilige, bemoedigende omgeving te creëren waarin altijd sprake is van wederzijds respect en vertrouwen. De vaardigheid om een veilige, steunende omgeving te creëren die continu respect en vertrouwen produceert. (Establishing trust and intimacy with the coachee).

Competentie 4: Coaching presence’ hebben: een ware coach zijn

Als Personal Coach ‘aanwezig’ zijn zonder de ander te domineren. Het vermogen om volkomen bewust aanwezig te zijn en, flexibel en vol zelfvertrouwen, een openhartige relatie met de coachee tot stand te brengen. Vanuit een persoonlijke authentieke stijl een coachrelatie met de coachee opbouwen. Zelfbewust en doortastend de leiding in de relatie durven nemen zonder de eigen verantwoordelijkheid van de coachee uit te hollen. (Coaching presence).

Cluster C. Effectief communiceren

Effectief communiceren (luisteren, doorvragen, empathie, confronteren, herkaderen). Het vermogen zich te richten op wat de cliënt zegt en niet zegt, de betekenis daarvan te begrijpen in de context van de leervragen van de cliënt en hem te ondersteunen bij diens zelfexpressie.

Competentie 5: Actief luisteren

De bekwaamheid om alle signalen (verbaal en non-verbaal), die de coachee uitzendt, op te pikken. Meevoelen met anderen. Het aanvoelen van emotionele signalen. Totale ontvankelijkheid bij het luisteren; het afstemmen op één persoon. Begrijpen van de gedachten, gevoelens en intenties van een ander.  Het vermogen om zich volledig te concentreren op wat de coachee zegt en niet zegt en om datgene dat gezegd wordt te begrijpen binnen de context van de wensen van de coachee; het vermogen om te bevorderen dat de coachee zich uit. (Active listening).

Competentie 6: Effectieve vragen stellen

Het vermogen om vragen te stellen die de informatie opleveren die nodig is om zowel de coachee als de coachingrelatie maximaal te dienen. (Powerful questioning).

Competentie 7: Direct communiceren

Taal gebruiken die de coachee verstaat. Niet om de hete brij heen draaien. Durven confronteren met behoud van respect in de relatie. Het vermogen om effectief te communiceren tijdens coachingsessies en om taal te gebruiken die maximaal positieve impact heeft op de coachee. (Direct communication)

Cluster D. Het leerproces bevorderen en resultaten bereiken

Creëren van bewustzijn en lerend vermogen. Het vermo-gen om diverse bronnen van informatie te integreren en accuraat te evalueren, interpretaties te maken die de cliënt helpen om bewust te worden en verantwoording te nemen om zelf de afgesproken resultaten te behalen. Het vermogen om met de cliënt mogelijkheden te creëren voor continu leren. Resultaatgericht coachen. De bekwaamheid een effectief coachingsplan met de cliënt te ontwikkelen en te bewaken. Procesbeheersing van begin tot eind. Het vermogen de aandacht te houden bij wat belangrijk is voor de cliënt en om de verantwoordelijkheid tot het ondernemen van actie bij de cliënt te laten liggen.

Competentie 8: Bewustheid creëren

Bewustzijn van de gecoachte vergroten. De aandacht van de coachee focussen. Hem prikkelen om te reflecteren en eigen oplossingen te genereren. Het referentiekader van de coachee oprekken door verrassende invalshoeken te kiezen. Helpt coachees voor zichzelf te ontdekken wat nieuwe gedachten, overtuigingen, percepties, emoties, stemmingen etc. zijn die hen versterken in de bekwaamheid om actie te ondernemen en te bereiken wat belangrijk voor hen is. (Creating awareness).

Competenitie 9: Acties ontwerpen

Actiegerichtheid. De bekwaamheid om met het resultaat voor ogen samen met de coachee passende acties te ontwerpen die het gewenste resultaat dichterbij brengen. Samen met de coachee mogelijkheden scheppen om steeds te blijven leren, tijdens de coaching en in het dagelijkse leven, en om nieuwe acties te ondernemen die op de meest effectieve wijze leiden tot de afgesproken coachingdoelstellingen. (Designing actions)

Competentie 10: Doelstellingen en plannen formuleren

De spanning tussen doel en huidige realiteit constructief maken. Doelstellingen en plannen formuleren. De bekwaamheid om de aandacht van de coachee op de toekomst te richten en hem ervan te overtuigen dat spanning tussen het hier en nu en de gewenste toekomst juist nodig is om veranderingen te bewerkstelligen. Coachees die zich blijven rondwentelen in hun problemen durven confronteren en soms met stevige interventies uit hun vaste patronen proberen te krijgen. Het vermogen om een effectief coachingplan met de coachee op te stellen en zich eraan te houden. (Planning and goal setting)

Competentie 11: Bevorderen dat de cliënt vooruitgang boekt en verantwoordelijkheid neemt

Het nemen van verantwoordelijkheid door de gecoachte bevorderen. Het vermogen om de aandacht gericht te houden op wat belangrijk is voor de coachee en om de verantwoordelijkheid tot het ondernemen van actie bij de coachee te laten liggen, zonder hem aan zijn lot over te laten. Stimuleren van de zelfdiscipline van de coachee. (Managing progress and accountability)

Voor meer informatie over de International Coach Federation, ga naar www.coachfederation.org.

Bovenstaande competenties worden gebruikt als basis voor de beoordeling in de ICF-certificatieprocedure.

Op het moment dat we een oordeel uitspreken houdt het waarnemen op.

Meer informatie? Neem gerust contact met ons op!

© Copyright 2017-2019 Associatie voor Coaching | Alle rechten voorbehouden
Stel uw vraag
close slider